
Bio Ilse Demeulemeester | Ilse Demeulemeester overwint kanker | Ilse Demeulemeester gastronomisch | Familie | Ilse Demeulemeester interieur | Fotopagina 1 | Fotopagina 2 | Fotopagina 3 | Fotopagina 4 | Nieuwsitems | Links | Publiciteit
|
|
'Maandenlang heb ik doorgewerkt met kanker in mijn lijf. Hoe kon ik het ook weten? Er waren signalen: vermoeidheid, appelflauwtes, koortsaanvallen. Ik kon in een heet bad zitten en na een kwartier nog altijd klappertanden van de kou.
'Begin september 2005 ben ik drie dagen lang onderzocht in Antwerpen. Bloedafname: niks gevonden. Longscan: niets te zien. Een virale infectie, dachten de dokters. Lastig, maar verder niks om je over op te winden en bovendien erg moeilijk om precies te identificeren: dat zou wel vanzelf overgaan.'
'Niet dus. De symptomen bleven. Maar we waren volop Huizenjacht (Ilses programma op VT4, nvdr) aan het draaien, een ploeg van vijftien mensen staat dag na dag paraat, je bent zelfstandige… Dus je blijft doorgaan. Ik slikte koortswerende middeltjes, viel nu en dan flauw tijdens de opnames. De dag na de laatste opnames voor Huizenjacht ging ik opnieuw bij de dokter. Die zag de enorme zweetvlekken op mijn T-shirt: “Jij hebt puur op wilskracht geleefd en gewerkt”, zei hij, “maar dit moeten we heel serieus nemen”.'
'Onmiddellijk werd een nieuwe longscan genomen. Na het weekend moest ik alweer binnen, deze keer voor een leverbiopsie. Mijn lever was immers verdubbeld in omvang: van één naar twee kilogram. Ik leek wel vijf maanden zwanger. In de voorbije maanden was ik vier, vijf kilogram aangekomen. Voor een vrouw is dat veel.'
'Weet je hoe dat gaat, een leverbiopsie? Een lange stalen naald wordt in je lichaam gedreven. Zonder verdoving. En bewegen mag je niet, of ze kunnen je longen perforeren. Drie dagen heb ik aan de zuurstofmachine gelegen. Dan weer een onderzoek: beenmergpunctie. In het borstbeen. Opnieuw zonder verdoving. Ik voelde me als een kip die in tweeën werd gehakt. Pijn, dat houd je niet voor mogelijk.'
'Eerst dachten de dokters aan leukemie. Maar een dag later kwamen ze opnieuw mijn kamer in met de definitieve, correcte diagnose: non-Hodgkinlymfoom. Daar had ik nog nooit van gehoord. De dokter wou me meteen hoop geven: “Vorig jaar had ik drie zulke patiënten en ze hebben het allemaal overleefd”. Maar ik luisterde nauwelijks: je bent 33! Je wil dan toch niets horen over kanker?'
'De dag nadien ben ik naar Leuven overgebracht. Ik moest zo snel mogelijk een katheter ingeplant krijgen. Dat ziet eruit als een speldenkussentje onder mijn linkersleutelbeen; kijk, je ziet nog een littekentje waar de katheter zat. De aanloop naar de operatie was mijn enige nare ervaring met het ziekenhuisleven. Anderhalf uur heb ik op de gang liggen wachten tot ik aan de beurt was. Het zweet parelde op mijn voorhoofd. Gelukkig was er een verpleegster-stagiaire, die mijn voorhoofd depte met een nat washandje. Een engel van een meid. Ik vind: op dat moment zou er permanent iemand moéten aanwezig zijn bij de wachtende patiënten, voor een opbeurend woord, een helpende hand wanneer iemand moet plassen, een beetje informatie.'
'Mijn katheter was de snelweg waarlangs de chemokuur is toegediend. De vaart waarmee de chemo je lichaam binnendringt, is ronduit indrukwekkend. Stel je voor: tijdens de eerste chemosessie werd het infuus op een bepaald moment met een roodkleurig vocht gevuld; wel, enkele ogenblikken later moest ik plassen en bleek dat mijn urine knalrood was. Toen voelde ik: ik ga het halen. De kanker was laat ontdekt en was behoorlijk agressief, maar ik begreep: ook het tegenoffensief is agressief. Hard tegen hard.'
'Na de tweede chemosessie viel mijn haar uit. Met plukken tegelijk. Ik liet me dan maar helemaal kaal scheren. Psychologisch was dat een loodzwaar moment, zo drastisch, zo vernederend: als een Joodse vrouw in een concentratiekamp. Ik keek in de spiegel en één woord vatte mijn hele wezen samen: "kankerpatiënt".'
'De dokters hadden me verwittigd: de chemokuur wordt keihard. Bulten op mijn hoofd. Joekels van knobbels, wel zeven of acht. Mijn spieren: wég. Smaakpapillen: niet langer actief. Ik sukkelde van de ene ontsteking naar de andere. Chemosessie vier: nu verloor ik ook mijn wenkbrauwen en wimpers. Alcohol of koolzuurhoudende drankjes: onmogelijk, ze zetten mijn mond na één slok in vuur en vlam. Maar al die tijd wist ik: ik haal het.'
'Eén moment zag het er meer dan benard uit. Tijdens de eindejaarsperiode had ik een fijne tijd, met de hele familie, tot ik, daags na Nieuwjaar, plots 40 graden koorts had. Spoedopname dus. De dokters gingen de griep te lijf met drie soorten antibiotica tegelijkertijd. Op de griep entte zich ook nog een longontsteking. Tien dagen lang zweefde ik tussen leven en dood. Zelfs mijn mama dacht dat het met me gedaan was. Eind januari keerde het tij. En ik mocht naar huis.'
'Half februari was ik paraat voor chemosessie nummer zes. Na een PET-scan oordeelde de dokter dat zes sessies konden volstaan, maar dat die beslissing een maand later, na een nieuwe PET-scan, moest worden bevestigd – of niét. Dat werd een maand van worstelen met onzekerheid en dubbele gevoelens: dolblij dat de chemo voorbij kon zijn, maar als het niet zo zou zijn, zou ik een maand achterstand op het behandelingssschema hebben opgelopen. Gelukkig was de PET-scan positief. Die avond ben ik met mijn man uit eten gegaan in een goed restaurant in Gent. Feest!'
'Hoe beter je chemotherapie werkt, hoe kleiner de kans op terugkeer van de kanker, zo heb ik me laten vertellen. Natuurlijk blijft het vijf jaar uitkijken. Om de twee maanden ga ik op controle. Maar ik zie de toekomst hoopvol tegemoet.'
'Is het shockerend als ik zeg dat ik een "luxekanker" had? Ondanks de pijn, ondanks de lijdensweg van de chemokuur. Maar: de dokters hebben niets moeten wegsnijden. Mijn overlevingskansen waren van meet af aan behoorlijk groot. Financieel hoefde ik me niet al te veel zorgen te maken, dankzij mijn hospitalisatieverzekering: als zelfstandige is zulk een verzekering echt een aanrader. En belangrijkst van alles: ik mocht genieten van warme steun van vrienden, collega’s en mijn gezin en familie.'
'Gezin en familie: voor hén voer je de strijd. Conrad, mijn zoontje, was de stimulans bij uitstek. Drie jaar was hij toen ik ziek werd. Oud genoeg om te beseffen dat mama naar het ziekenhuis moet, te jong om de volledige draagwijdte te vatten. Op een dag zag hij mijn pruik aan de kapstok in de badkamer. Met verwonderde ogen keek hij me aan: “Mama, kan jij je haar afzetten?” Hij pulkte aan zijn eigen haardos, keek beteuterd en concludeerde: “Ik kan dat niet” (lacht). Voor mijn gezin en familie was het zwaarder dan voor mijzelf. Ik kon vechten, zij waren ertoe veroordeeld machteloos langs de zijlijn toe te kijken.'
'Uit tegenslagen kan je leren. Kanker is voor mij geen litteken maar een ervaring: het is een wedstrijd waarin je beseft dat je jezelf kan overtreffen. Ik voel me in een jaar tijd tien jaar rijper geworden. Dat uit zich in de manier van liefhebben, in de wijze van het leven te bekijken en te beleven: ik kan tegelijkertijd én meer afstand nemen én meer genieten. Ik ga de uitdagingen met nog meer enthousiasme te lijf, maar tegelijk kan ik volschieten van bewondering bij een mooi landschap of de kleurschakeringen van de herfstbladeren. Ik beleef het leven in al zijn facetten intenser dan ooit.'
'Weet je, toen ik vijf was, werd mijn vader zwaar ziek. Vier jaar later is hij gestorven. Tijdens mijn ziekte voelde ik me altijd geruggensteund. Alsof iemand over me waakt (stokt). Kort na mijn gevecht met kanker lag ik te rusten met Conrad, tot mijn kleine jongen stuipen kreeg. De dokters vreesden even voor zijn leven. Op dat moment woelde het door mijn hoofd: mijn vader verloren als kind. Zelf nét kanker gehad. En nu, mijn zoontje kwijt? Nee! Niet wéér. Gelukkig bleken het achteraf maar koortsstuipen te zijn. Ik heb genoeg meegemaakt. Ik zal geen tweede bestaan nodig hebben om te beseffen hoe intens het leven kan zijn.'
|
BERICHT VAN 9/11/2005 :,,De dokter heeft Ilse De Meulemeester totale rust voorgeschreven. De VT4-presentatrice en zaakvoerster van een interieurzaak werd een paar weken geleden al geveld door een virale infectie, en moest toen ook rusten.'' Dat stond eerder deze week te lezen in een artikel op deze site met als titel 'Ilse De Meulemeester out'. Vandaag is er meer duidelijkheid gekomen over de gezondheid van de ex-Miss België. Na bijkomend onderzoek luidt de diagnose: lymfeklierkanker.
Ilse De Meulemeester heeft beslist om niet voor enkele weken, maar voor enkele maanden alle opdrachten uit haar agenda te schrappen. VT4 liet haar al voor een aantal afleveringen van Huizenjacht vervangen door Ann Van Elsen en ze moest ook al forfait geven voor de opnames van een fotoshoot voor een kalender van het mannenblad Ché waarop 12 ex-Miss Belgiës poseren.
De artsen hebben nu beslist een chemotherapie te starten. De slaagkansen van de behandeling van deze aandoening aan de lymfeklier worden erg hoog ingeschat, waardoor de dokters overtuigd zijn van een grote kans op volledig herstel. Zowel Ilse, haar gezin, familie en haar zakelijke omgeving hebben uitdrukkelijk aan de pers gevraagd om tijdens deze lastige periode volledige rust en privacy te kunnen krijgen. Van zodra ze er klaar voor is, zal Ilse de media opnieuw te woord staan.
|
|
,,Dankbaar dat ik mijn zoontje kan zien opgroeien''
Op 21 juni is Ilse De Meulemeester (35) opnieuw te zien als omroepster op VT4. Voor het eerst sinds ze van lymfeklierkanker is genezen: ,,Een symbolische dag, want dan begint de zomer. Ik zie dit ook als een nieuwe start, maar dan van mijn tweede leven.''
Dat korte haar staat haar minstens even goed als de lange blonde lokken waarmee ze bekend werd als Miss België '94 en nadien als omroepster en presentatrice bij VTM en - sinds 2003 - VT4. ,,Ik krijg er veel complimentjes over'', bekent ze, in de zalige rust van een schaduwrijke kasteeltuin, waar ze voor het eerst over haar ziekte praat. ,,Collega's vinden het pittig. Ik heb even getwijfeld of ik het niet kort zou houden. Maar haar is iets sensueels, iets vrouwelijks ook. Ik ga het toch maar laten groeien.''
Alle kankerpatiënten weten het: bij chemotherapie hoort haarverlies. Ook Ilse De Meulemeester had er zich aan verwacht, maar was toch verbaasd van de psychologische invloed. ,,Als je haar uitvalt, kan je dat nog verbergen met een pruik. Dat ook mijn wimpers en wenkbrauwen verdwenen, viel me veel zwaarder. Ze hadden me vooraf aangeraden meteen alles af te scheren, om later kale plekken te vermijden. Bij de haarkliniek pakken ze dat goed aan: ze beginnen achteraan te scheren, zodat je zo lang mogelijk een goed beeld van jezelf houdt in de spiegel. Eens alles eraf, was het toch wel even schrikken. Ik voelde me als een joodse vrouw in een concentratiekamp. Héél eng. Je kijkt in de spiegel en je herkent je eigen ogen wel, maar je huid is flets, het leven is eruit. Die confrontatie met je eigen ziel gaat diep. Dat vergeet ik nooit. Je probeert kracht te halen uit je ogen, want voor de rest ben je een halve doodskop.''
Veertig graden koorts
Ilse De Meulemeester heeft donkere maanden achter de rug. ,,Eigenlijk was ik al ziek in augustus. Eerst dachten de dokters aan een virale infectie. Ik had constant veertig graden koorts, terwijl we in volle opnames waren voor (VT4-programma) Huizenjacht . Ik leefde zowat op Dafalgan. Ik had enorme temperatuurschommelingen: na tien minuten in een heet bad had ik nog altijd kippenvel, terwijl ik een uurtje later zat te baden in het zweet. Op 27 oktober, de laatste opnamedag, ben ik ingestort. Ik ben naar het ziekenhuis getrokken voor grondige onderzoeken: een scan van de longen, een leverbiopsie, een beenmergpunctie. Vooral dat laatste was enorm pijnlijk: de dokter duwde uit volle kracht op mijn borstbeen, ik hoorde het kraken. Vier maanden lang heb ik dat bij elke niesbui gevoeld.''
,,Kort daarop vertelden ze me dat ze aan leukemie dachten. Mijn wereld stortte in. Ik dacht aan die film, Dying Young , waarin Julia Roberts verliefd wordt op de patiënt die ze verzorgt. Maar die man sterft. Ik zag mezelf ook vertrekken.'' Haar stem stokt even. ,,Het allerergste dat me op dat moment door het hoofd schoot: ik heb een zoontje van drie en ik ga hem nooit zien opgroeien.'' Ze verbijt haar tranen en blijft lang stil.
Verder onderzoek was nodig. In Leuven, Gasthuisberg. ,,Ik ben daar toegekomen na een helse rit. Mijn buik was opgezwollen alsof ik vijf maanden zwanger was. Niemand mocht er nog maar een vinger op leggen of ik dacht dat hij zou ontploffen. Mijn milt en lever waren verdubbeld in omvang.''
Die gezwollen klieren brachten uiteindelijk de diagnose: niet leukemie, maar wel een lymfoom was de bron van alle ellende. Lymfeklierkanker dus. ,,De dokter stelde me meteen gerust: het jaar voordien had hij drie jonge patiënten behandeld en ze leefden nog alle drie. Maar in welke toestand, vroeg ik me af. We hebben de buitenwereld meteen op de hoogte gebracht dat ik buiten strijd was door een lymfoom. Zonder het woord kanker erbij, want dat klinkt zo negatief. De dag nadien las ik de krantenkoppen: Ilse De Meulemeester vecht tegen kanker. Toen kreeg ik echt een krop in de keel.''
Het bloempje van Conrad
De omroepster begon aan een reeks zware chemokuren. De mayonaise pakte: ,,Al na de eerste chemobeurt stond mijn buik minder strak: ik voelde dat de chemo werkte, dat ik het zou halen.'' Maar de bijwerkingen bleven niet beperkt tot haaruitval. Chemo doodt de kankercellen maar veroorzaakt ook extreme vermoeidheid, smaakstoornissen, concentratieverlies. ,,Gelukkig kon ik dat wat compenseren met hormonen en voedingssupplementen, zodat ik al die maanden toch ben kunnen blijven lezen. Andere patiënten keken alleen naar prenten of foto's, ik verdiepte me in het boek dat Lance Armstrong over zijn kanker schreef. Als je zo ziek bent, put je kracht uit de ellende van een ander, zeker als die erger getroffen is dan jijzelf. Armstrong was voor mij een voorbeeld. Bij hem sloeg de ziekte nog veel harder toe, ze moesten een tumor wegsnijden. Dan heb ik een luxekanker meegemaakt: het enige blijvende dat ik eraan overhoud is het litteken van de katheter waarlangs de chemo in mijn lichaam druppelde.''
Toch heeft ze harde noten moeten kraken. ,,Na de vierde chemo ging het plots achteruit. Op 2 januari ben ik opgenomen in het ziekenhuis met hoge koorts. Drie zware maanden zouden volgen. Wie zo erg ziek is, moet toch zo geduldig zijn. Door al dat wachten zag ik op de duur geen einde meer aan de tunnel. Gelukkig was er Conrad. Mijn zoontje - hij is intussen vier -betekende voor mij echt het licht in die tunnel: dat kinderlijke enthousiasme, die uitbundigheid, die naïviteit! Toen hij mij bezocht in het ziekenhuis zag hij mijn pruik aan de kapstok hangen. Hé mama, kan jij je haar afzetten, vroeg hij verbaasd. Zulke anekdotes houden je recht. Of die keer dat Conrad met zijn oma op de parking van het ziekenhuis voor mij absoluut een bloemetje wilde vinden en mij uiteindelijk een stukje onkruid gaf: dat is zó lief. Dat deed me meer plezier dan het duurste boeket.''
Kaarsjes in Lourdes
De steun van familie en vrienden betekende veel. Van haar ma, die bij haar kwam inwonen. Van haar partner Glenn, die elke dag van Lokeren naar Leuven trok om haar te bezoeken. ,,Als je ernstig ziek wordt, sta je niet stil bij wat je nog allemaal niet hebt kunnen doen, maar wel bij je dichte omgeving. Voor hen is het nog lastiger: ik kon vechten, maar zij moesten toekijken.''
,,Ik leefde vroeger met de idee dat er veel nijd en negatieve gevoelens zijn in de wereld. Ik heb nu aan den lijve ondervonden dat er ook veel warmte is. Al die steun die ik heb mogen ervaren. Ook van mensen die mij niet kennen, maar die me lieten weten dat ze in Lourdes voor mij een kaars hadden gebrand en de juiste woorden vonden. Ik weet nu hoe ik andere mensen in dezelfde situatie kan steunen.''
Langzaam herneemt ze haar vroegere leven, te beginnen met het omroepen op VT4. ,,Welke programma's ik ga presenteren zien we wel in het najaar. Misschien komt die start nog wat vroeg. Maar de mensen die kanker kennen zullen blij zijn mij te zien, zelfs met mijn korte haar. Ik hoop echt dat ze zeggen: zij kon het, dus ik ook. Daarom wilde ik ook zeker geen kunstmatige haarverlengingen. Dan zou ik kankerpatiënten niet op dezelfde manier steunen. Ik wil nu ook weer niet het gezicht worden van kanker, dat niet. Ik wil vooruit, die zwarte bladzijde omslaan. Maar ik wil er wel zijn voor de mensen en iets te doen voor Kom op tegen Kanker of het Kankerfonds.''
Of ze nu anders tegen het leven aankijkt? ,,Ik kon vroeger ook al goed relativeren, dat zal alleen maar toenemen. Ik zoek nu meer het positieve in de mens. Maar vooral ben ik dankbaar dat ik Conrad kan zien opgroeien.''
|